Het sleepnet

september 6th, 2017 Permalink

 

“Bent u Roy van Veen, directeur van het telecombedrijf met registratienummers <nummer> en <nummer> dat het draadloze netwerk in de binnenstad van <plaatsnaam> beheert?”

– “Ja, dat ben ik.”

“Ik ben <naam> en werkzaam als <functie> bij de politie en zoals u misschien heeft gehoord is er een aanslag gepleegd op een restaurant. Wij willen van u graag alle informatie die u via het draadloze- en vaste netwerk heeft opgeslagen voor het onderzoek naar de dader.”

– “Welke informatie zoekt u precies?”

“Mobiele apparaten die u op het netwerk geregistreerd heeft, hoe gebruikers die avond en nacht door de stad gelopen zijn, wat ze op het netwerk gedaan hebben en alle historie die u heeft met e-mailadresen, nummers en apparaten op en rond die specifieke locatie, inkomend en uitgaand. En alle gebruikersinformatie voor zover u daarover beschikt, liefst zo lang mogelijk terug.”

– “Op het hele netwerk in de binnenstad?”

“Ja.”

– “De telecombranche heeft met justitie afspraken gemaakt over hoe u aan die informatie kunt komen, voor zover wij die hebben. Ik ontvang conform die afspraken graag het formele verzoek op faxnummer <nummer>.”

“Ja, van die procedure ben ik op de hoogte. U weet ook dat het weken gaat duren voordat u die fax heeft. Dat helpt het onderzoek niet.”

– “Die data, voor zover we die hebben, loopt niet weg. Ik ontvang graag uw fax.”

“U begrijpt de ernst van de situatie niet meneer Van Veen. Er is een aanslag gepleegd en de dader loopt vrij rond. Wij hebben die informatie nodig om hem op te pakken om te voorkomen dat hij meer slachtoffers maakt.”

– “Hij? U bent blijkbaar al ver met een profiel. Maar volgens het nieuwsbericht wonen er 40 studenten in het complex boven het restaurant en zijn er nog 20 andere woningen in de directe omgeving. Als ik uw vraag invul ga ik u de internet-historie van die avond van tenminste 40 gezinnen doorgeven en daarmee hun privacy schenden. Als we over de ‘hele binnenstad’ spreken dan gaat het over duizenden mensen. Als ik dat in het kader van het onderzoek moet doen, dan ontvang ik conform de afspraak graag het fax-bericht.”

“Dat duurt weken en u weet ook dat we dan niet vrijelijk met die data om kunnen gaan. Juist voor het onderzoek is dat van belang.”

– “Dit wil ik even goed begrijpen om vast te kunnen stellen of ik u ga helpen. U wilt onbeperkt kunnen grasduinen in de data die we kunnen aanleveren en omdat de formele procedures dat verbieden doet u een informeel beroep op mij om u buiten alle procedures om de netwerkdata op een harddisk (of zo) aan te leveren? Het proces is dus niet te traag, maar beperkt u in uw onderzoeksmogelijkheden.”

“Eh … ja. Aan een harddisk had ik nog niet gedacht, maar dat is een goed idee.”

– “Moet u dan niet het werkproces aanpassen, zodat de privacy van de burger niet meer in de weg staat? U vraagt mij nu om een strafbaar feit te plegen en de privacy van duizenden mensen ondergeschikt te maken aan uw verhaal en een nieuwsbericht.”

“Ik ga niet over de afspraken met de telecombranche. Ik probeer gewoon mijn werk te doen. Net als u. En ik vraag om wat hulp en daar heeft u verder geen last van.”

– “Waar ik emotioneel of principieel wel of geen last van heb, dat is nog altijd aan mij. Ik wacht op uw fax.”

“Dat valt me ernstig tegen. U helpt hiermee een misdadiger en verstoort het onderzoek. Dat heeft consequenties voor uw organisatie en uw persoon. Ik maak hier een notitie van en u hoort van ons.”

– “Ik wacht op uw fax. En mag ik even uw naam controleren. Schrijf ik het een G of een K?”

“Dat gaat u verder niets aan.”

 


 

Dit betreft een gebeurtenis uit 2012. De beloofde fax kwam nooit en ik ontving van justitie nooit een reactie op mijn brief waarin ik mijn ergernis uitspreek over het structureel negeren van het afgesproken protocol tussen telecombedrijven en justitie. Bij die brief zaten een aantal transcripten van gesprekken, waaronder deze, met naam en toenaam (het was een K). In de kader van de afspraak tussen justitie en telecom noem ik plaats, datum en namen niet.

De veronderstelde aanslag bleek later een gevalletje verzekeringsfraude: de eigenaar van het restaurant had de boel in de fik gestoken voor zijn eigen gewin en daarmee het leven van 40 studenten (“verdachten” volgens de justitiemedewerker die mij belde) in de waagschaal gesteld.

Als u het gedrag van die justitiemedewerker helemaal top vindt, dan doet u niets. Hecht u aan uw privacy en wilt u zo’n toekomst niet, dan checkt u dit even.

 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.